Leids wevershuisje, textile art project with Textiel+

Door: Marijke Bongers, op 13 maart 2021 

Wevershuisje, Leiden

Expositie met borduurgroep Steek Plus, 2009

Het wevershuisje verteld het verhaal over generaties van wevers in Leiden.

Het is nog vrijwel onveranderd en spreekt daarom nog meer tot de verbeelding.

Wat mij raakte was de zolder. Op de zolder sliepen de kinderen, terwijl de wind en sneeuw en regen tussen de dakpannen doorkwam. Hoe mooi en puur ook het moet koud en guur geweest zijn.

Als voorbereiding ging ik me verdiepen in de kinderen aan het begin van de industrialisatie.

Ik las over kinderen die tussen de denderende weefmachines doorkropen om afgebroken draden te knopen. Het was een erg ongezonde taak en de kinderen gingen uiteraard niet naar school.

Hier ontstond in 1874 het kinderwetje van van Houten. Die bepaalde dat kinderen maar een bepaalde tijd mochten werken. Er was alleen geen controle op de toepassing. Pas toen later in 1901 de leerplicht werd ingevoerd kwam er enige verbetering in de situatie.

Het is dus nog maar ruim honderd jaar geleden dat wij de ruimte vonden om na te denken over hoe kinderen leven. Er was in die tijd veel tegenstand tegen deze wetten omdat het onze concurrentie positie in gevaar bracht.

In wezen hadden de tegenstanders gelijk, de meeste mensen vinden het tegenwoordig als je het ze rechtstreeks vraagt wel slecht als kinderen in andere landen moeten werken, maar kopen toch allerlei spullen waarvan bijna zeker is dat er kinderarbeid aan te pas moest komen.

Toen ik werk maakte voor deze expositie heb ik eerst nagedacht hoe ik de verschrikkingen in beeld kon brengen. Maar na meer inlezen besloot ik om aan 1 meisje te denken die daar op de zolder heeft liggen slapen.

De volgende dag zou ze jarig zijn, een dag als alle anderen, maar waar zou ze van dromen?

Ik heb voor haar een schortje gemaakt van oud glasbatist, ook in mijn collectie stoffen een van de mooiste stukken die ik had. Een fris gewassen en gesteven schortje was natuurlijk onbereikbaar voor meisjes zoals zij. Ik heb veel met de hand gedaan, en heb rood garen gebruikt om te herinneren aan oude handwerken.

En verder heb ik een paar zakjes gemaakt met Oudhollands snoep. Polkabrokken, Maagpepermunt en toverballen.

Aan de zakjes hangen labels met de namen erop gestikt.

De expositie is aangevuld met mijn eerder gemaakte cocons. Ik maakte in die tijd veel werk over hoe iemand wordt wie hij of zij is. Wat je identiteit vormt. Nurture versus Nature.

Het tere werkje voor het raam is ook voor deze expositie gemaakt, ze hebben wel de cocon vorm, maar zijn ingebakerde baby’tjes. De ingebakerde kinderen zijn gemaakt van dweil met een rood streepje, het vertegenwoordigt voor mij het harde werken van vrouwen in die tijd. De kussentjes zijn van hetzelfde glasbatist. Er zijn oude handgemaakte ringetjes gebruikt voor het verbinden van de kussentjes. Ook een oude schat uit mijn verzameling.

Een songtekst van Noa heb ik als inspiratie gebruikt voor de kussenvorm van de batisten doorschijnende kussentjes.

Het lied heeft me door een moeilijke tijd heen geholpen en is belangrijk voor me, ik wilde het doorgeven aan alle kinderen van de wereld.

Dream, without fear

Your Indian worry doll's here

Under god's pillow so small

So that way you won't have to worry at all….

Kijk en luister hier naar Noa en stel je voor dat je op de koude zolder ligt en droomt van een mooie verjaardag. Heel zachtjes speelt deze muziek en boven het meisje en haar broertjes en zusjes hangt het schortje zachtjes heen en weer te waaien.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Copyright © 2021 Marijke Bongers
crossmenu